Voyage au centre de la terre.

 

Vroeg uit de veren. Deze hele dag gaan we gebruiken om het National Park Snæfellsjökull en wijde omgeving te verkennen.

Precies in het midden van het park ligt de vulkaan Snæfell met daarop een gletsjer die hier jökul wordt genoemd. Beetje saai misschien, maar op een paar kilometer van hier staat een museum. Een beleefd bezoekje? Nou, vooruit dan maar. Heel eventjes. Een halfuurtje, hooguit. Toch geweldig…, ouwe kleding, ouwe gebruiksvoorwerpen, mineralen, gesteenten, ouwe boeken en paperassen met Keltische runen. Henny maakt er met haar smartphone een fotootje van. Zo, dat stukje cultuur hebben we dan weer gehad. Snel weer de natuur in.

We springen in de auto. Een eindje verderop bevinden zich lavagrotten en -tunnels in de slapende vulkaan Snæfell. De zogenoemde Vatnshellir Lava Cave. Deze grotten zijn te bezoeken, wat we dan ook gaan doen. Het is winterseizoen, er zijn geen toeristen en de omgeving is verlaten. Daar staan we dan. Henny is met haar smartphone aan het knoeien. Ze ontdekt dat een vertaal-app de Keltische runen van de paperassen uit het museum heeft vertaald!

“Daal af in de krater van de Sneffels Yocul, die de schaduw van de Scartaris treft vóór de eerste juli, vermetele reiziger, en u zal het middelpunt der aarde bereiken. Ik heb het gedaan. Arne Saknussemm.”

Wow. Staan we vlak voor de ingang. Geen idee hoe het staat met die schaduw, maar een kans is een kans!

Een modern/lelijk metalen ronde tube met puntdak – het lijkt wel een raketje van Jules Verne – zou de ingang moeten zijn. De deur is niet afgesloten. Van daaruit leidt een best wel hele hoge wenteltrap naar de bodem van de lava-grot. Eenmaal beneden zien we meerdere lavatunnels. Donker, eng. Met een zaklampje lopen we naar de ingang van zo’n tunnel.

We schrikken ons rot. De aarde begint te schudden. Aardbeving! Een heel normaal verschijnsel hier op IJsland, maar als je daar zo diep onder de grond zit, vlak voor een lava-kanaal van een – ze zeggen een slapende vulkaan – dan schiet je hart wel in je keel. In de verte zie ik licht aan het eind van de tunnel. Letterlijk. Het komt steeds dichterbij. Potverdikke, een rode gloed. Het is lava! We springen op een groot blok, maar dat heeft natuurlijk geen enkele zin en worden weggedrukt een tegenovergestelde lavatunnel in.

Ik schrik wakker. Badend in het zweet. Henny kijkt me aan en zegt dat ik onrustig geslapen had. Welnee zeg ik, het is bloedheet hier binnen met die verwarming. Gauw, het raam open en laat de koude lucht binnen.

Nu is IJsland het land van mijn dromen, maar gelukkig was deze droom niet waar. Stel je voor. Zit je heerlijk op het koude IJsland, om even later ergens in het warme Zuid-Italiaanse Stromboli uitgespuugd te worden!

We gaan vandaag zeker wel een rondje Snæfellsjökull maken, maar hopen dat de geest van Barður die hier rondwaardt ons op cruciale momenten zal bijstaan.

Op de nabij gelegen bergpas tuffen we rustig met zonneschijn naar boven. Inderdaad – het is IJsland – en binnen enkele minuten zitten we in een sneeuwblizzard. Het gaat hard en we moeten flink vaart minderen. De aanvankelijk redelijk goed begaanbare weg is ineens bedekt met een laag van 15 cm stuifsneeuw. Precies op een moment dat wij een helling af rijden.
Rustig doorrollend doorsnijd ik het sneeuwveld van een paar honderd meter. Op het eind zien wij midden op de weg een busje stilstaan. Het had naar boven willen rijden, maar vanwege de 2-wiel aandrijving ging dat dus niet. Zeven Japanners met hele grote spiegelreflexcamera’s om hun nek stappen uit. Een achtste lid van de groep laat het busje voorzichtig wat naar de kant van de weg terugschuiven. Ze zullen terug moeten. Wij kunnen gelukkig onze weg vervolgen. Via een oostelijker gelegen pas keren we weer terug naar Armarstapi.

Aan het eind van de middag eenmaal terug in ons huisje, is de lucht geheel opgeklaard. Als het donker wordt is het nog steeds hartstikke helder. Wat een prachtige sterrenhemel, zonder lichtvervuiling! De KP-index is 3, een kansje op noorderlicht. Dus, snel de hottub in. De avond is koud. Het vriest waardoor het warme water van de tub nog lekkerder dan lekker aanvoelt. Genietend van het gefonkel, boven ons en in ons glas, wachtend op wat komen gaat. Na een uur, helaas nog geen spoortje van het noorderlicht.

In het noordoosten bespeurt Henny een plekje aan de hemel dat lichter wordt. Gewoon gelig, zoals de lichtvervuiling van de kassen bij Borgarnes. Heel langzaam wordt het sterker. Ook op andere plaatsen. De lichte banden worden steeds feller en groener. Nu weten we het zeker.

Na een half uur is bijna de gehele hemel gehuld in het groene schijnsel. De kleuren beginnen te dansen. Alsof een bovenaards klavier wordt bespeeld. Adembenemend, betoverend. In het anderhalfuur durende spektakel vergeten we er bijna foto’s van te maken.

De foto’s.

Ruig en koud.

 

 

 

 

Waar de wegen hier soms naartoe leiden, heel bijzonder.

 

 

Plaatje A.

 

 

Plaatje B.

 

 

Plaatje C.

Alledrie een uitsnede van één plaatje.

 

 

 

Huh. Zie ik het goed?

 

 

Te koop? 🙂

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De pas is open, maar er wordt geen garantie geven of je de andere zijde ongehavend zal bereiken. Het weer verandert hier met de paar minuten.

 

 

 

 

 

 

De hottub. Eerder gevonden dan de voordeur.

 

Vlak achter het huisje is uiteraard ook gedacht aan een onderkomen voor de elfjes.

 

 

Oef. Nog net een glimp van het noorderlicht met eigen camera kunnen vangen.